De BMI

Hoe bereken je de BMI?

De body mass index of BMI (*) wordt berekend op basis van je lengte en gewicht. De BMI geeft je een redelijke gewichtsschijf of een ideaal gewicht. Met dat gewicht mag je gegarandeerd hopen op een langer leven: het is één van de tekenen van je gezondheidstoestand.

De formule van de BMI = je lichaamsgewicht (in kg) / je lengte in het kwadraat (in meter).

Voorbeeld: een man die 1,85 m groot is en 80 kg weegt, heeft een BMI van 23,4 kg/m2
= 80/(1,85²)

(*) De BMI plaatst je in een verhoudingenschaal volgens een wetenschappelijk vastgelegde norm. De BMI wordt ook Index van Quetelet (IQ) genoemd.

Hoe moet je de resultaten interpreteren?

BMI (kg/m2)

Opmerking

< 18,5

Je gewicht is te laag. Mager zijn wordt ook beschouwd als een teken van slechte gezondheid.

Tussen 18,5 en 24,9

Je gewicht is ideaal, bravo!

Tussen 25 en 30

Je hebt overgewicht: het is aan te bevelen dat je op je voeding let en daarbij overtollige vetten en zoetigheden laat vallen en meer beweegt. Als je overgewicht klein is, duidt het niet automatisch op een slechte gezondheid, maar je doet er toch beter aan om tot onder de 25 terug te keren.

> 30

Je hebt een groot overgewicht: er is sprake van obesitas.


Je BMI ligt hoger dan 30 kg/m2: welke risico's houdt dat in voor je gezondheid?

Obesitas (of zwaarlijvigheid) is een risicofactor voor de hart- en vaatziekten. Dat grote overtollige gewicht kan gemakkelijker leiden tot o.a.:

  • hoge bloeddruk
  • Ontwikkeling van diabetes van het type II
  • gewrichtsproblemen
  • ...

Voor je gezondheid moet je gewicht verliezen en een geregelde fysieke activiteit voorzien. Er wordt dus aangeraden om er met je huisarts over te spreken en een diëtist(e) te raadplegen. Die zal een balans opmaken en je een aangepaste aanpak op grond van je persoonlijke situatie voorschrijven.

N.B.: sportieve mensen kunnen een hoge BMI (> 30 kg/m2) hebben door een sterk ontwikkelde spiermassa, zonder dat dit op obesitas wijst.

De formule voor de berekening van de BMI houdt geen rekening met de spreiding van de vetreserves die in het organisme opgeslagen zijn. Een andere meting is in dat verband nuttig: het meten van je tailleomtrek.

Hoe moet je de tailleomtrek meten?

Met die meting bepaal je hoeveel vet zich ter hoogte van de buik bevindt. Die meting is heel belangrijk want het buikvet is een risicofactor voor hart- en vaataandoeningen, zelfs bij mensen met een ideale BMI.

Je doet die meting met een lintmeter, na normaal uitademen. De lintmeter mag de huid niet samendrukken en moet evenwijdig met de grond rond je taille worden gelegd.

Die omtrek moet minder zijn dan:

  • 88 cm bij een vrouw
  • 102 cm bij een man.