De allergieverwekkende stoffen op de etiketten van voedingsmiddelen

Volgens het OIVO is de aanduiding van de aanwezigheid van een eventuele allergieverwekkend product essentiële informatie en een aanzienlijke stap vooruit voor al wie aan een voedselallergie lijdt. Het gaat daarbij toch om een grote groep personen (namelijk 6 à 8% van de kinderen en 2 à 3% van de volwassenen), er zijn reële gezondheidsrisico's aan verbonden en de kostprijs voor de gezondheidszorgen is niet te verwaarlozen.

De praktische limieten van de wetgeving zijn de volgende:

  1. Uit angst om van verantwoordelijkheid voor de allergie beschuldigd te worden, hebben de industriëlen een voorzichtige etikettering ingevoerd met vage vermeldingen in de stijl van: "kan bevatten", "mogelijke sporen", "gemaakt in een bedrijf..." e.a. die het leven van de mensen met een allergie er niet gemakkelijker op maakt.
  2. De wetgeving is niet van toepassing op de voedingsproducten die zonder verpakking verkocht worden, zoals producten van de bakkerij, de slagerij en de horecasector.
  3. Andere problemen hebben meer in het bijzonder te maken met fouten op de etiketten (door slechte vertaling) en de moeilijke leesbaarheid van de indicaties.

Die drie punten kunnen verwarring bij de consumenten veroorzaken. In hoeverre zal het pakket toegankelijke producten voor mensen met een allergie teruggeschroefd kunnen worden als ze heel veel nutteloze voorzorgen treffen? Moeten mensen met een allergie de voedingsproducten in losse verkoop (onverpakt) helemaal vermijden? Is men niet bezig met een psychose rond de allergenen te doen ontstaan door er zo moord en brand over te schreeuwen? Welke informatie halen de mensen eruit die denken dat ze niet allergisch zijn?

Het OIVO vindt dat de etikettering ondubbelzinnig de exacte productsamenstelling moet vermelden, zonder de risico's op het gebied van allergieën te overdrijven. De volgende oplossingen worden voorgesteld:

  • Om de hoeveelheid overbodige gegevens op de etiketten terug te dringen en zo het gevaar voor verwarring bij de consument te verkleinen, is het noodzakelijk dat de fabricagemethoden gevalideerd worden om te garanderen dat er geen allergieverwekkende elementen in het eindproduct voorkomen. Aangezien geen enkel fabricageproces integraal gecontroleerd kan worden, zou echter een standaardmethode ingevoerd moeten worden voor de eindcontrole van de producten voordat ze op de markt gebracht worden.
  • Een uitbreiding van de wetgeving tot de niet voorverpakte voedingsproducten is onontbeerlijk voor de veiligheid van de allergiepatiënten. Er moet op het terrein een geregelde controle van de etikettering uitgevoerd worden om erop toe te zien dat er geen fouten of dubbelzinnigheden op het etiket staan en dat de gegevens goed leesbaar zijn.